Aangepast zoeken

maandag 6 juli 2009

Sommen Versnellen

Zo af en toe kun je mensen uit het basisonderwijs horen discussiëren over het antwoord op de vraag of je nu de splitsingen van de getallen tot 10 of tot 20 moet automatiseren. De auteur van dit boek op Cd-rom, Harrie Meinen, geeft mijns inziens op deze vraag een antwoord waar hij in zijn inleiding op Sommen Versnellen hierover het volgende zegt:

Automatiseren van de sommen tot en met twintig is voor het rekenonderwijs heel belangrijk. Dit moge blijken uit rekenonderzoeken die diverse remedial teachers en andere onderzoekers uitvoeren wanneer een leerling 'vastloopt' in het rekenonderwijs: vaak is de diepere oorzaak van het rekenprobleem het niet automatisch beheersen van de sommen tot en met 20 en de tafels. Diverse publicaties bevestigen het hierboven gestelde.

Het is dus heel belangrijk dat leerlingen binnen het onderwijs goed leren automatiseren. Door alleen de methode te volgen, wordt bij veel kinderen het automatiseren van de genoemde rekenhandelingen niet gehaald. Naast de methode zal met vaste regelmaat geoefend moeten worden met sommen tot en met 20. ... Dit automatiseren kan onder andere bereikt worden door met een vaste regelmaat kinderen te laten werken met bladen waarop veel van de genoemde sommen staan afgedrukt.

Met alleen het maken van sommetjes ben je er niet. Wellicht doe je ook een te groot beroep op het geheugen van een leerling - kijk je alleen al naar de sommen tot en met 20, dan verwacht je van de kinderen dat ze bijna 180 sommen uit het hoofd kennen. Naast het trainen van de getallen is het ook belangrijk kinderen strategieën aan te leren (bijv. Hoe kun je snel 6 + 7 uitrekenen). De moderne rekenmethodes maken veel gebruik van het aanleren van diverse strategieën, maar het lijkt me mijns inziens nuttig dit expliciet de leerlingen aan te leren.
Daarom is mijn voorstel om naast het trainen van het automatiseren (Sommen Versnellen) de kinderen expliciet strategieën voor deze rekenhandelingen aan te leren.


In Sommen Versnellen beschrijft de auteur een mogelijke werkwijze om dit te realiseren. Meteen wordt dan ook duidelijk dat Sommen Versnellen enkel een onderdeel is van deze werkwijze en geen methode op zich!

Sommen Versnellen bestaat uit 7 boekjes. Boekjes 1 tot en met 4 vormen de basis, boekjes 5, 6 en 7 bieden extra oefenkansen. Per boekje voorziet de auteur een zestal weken oefentijd, waarbij de leerlingen dagelijks (maar minstens 3 keer per week) gedurende vijf minuten aan een werkblaadje werken. Zo kan men ook de vooruitgang in tempo in kaart brengen. Elk werkblaadje staat in het teken van een bepaald somtype of een bepaalde strategie. Deze staat bovenaan het blad duidelijk aangegeven. Na deze vijf minuten maken de leerlingen de rekenopgaven uit de rekenmethode. Zijn ze daarmee klaar, dan kunnen ze in een andere kleur verder werken aan hun werkblaadje uit Sommen Versnellen.

Bij het pakket horen ook zes toetsen. De 2- en de 4-minutentoetsen gaan na in welke mate de optel- en af-treksommen tot 10 en tot 20 geautomatiseerd zijn, de 4 andere toetsen bekijken steeds een bepaald onderdeel:
  • Toets 1: optellen tot 10
  • Toets 2: aftrekken vanaf 10
  • Toets 3: optellen over het tiental
  • Toets 4: aftrekken over het tiental
Met deze 4 toetsen kan men analyseren waar het eventueel nog fout loopt. De oefeningen zijn immers onderverdeeld in categorieën. Op basis daarvan kan men gericht remediëren. Het remediëringsgedeelte van Sommen Versnellen bevat de nodige uitleg en materialen (sommenkaartjes, strategiekaarten) die nodig zijn om de leerlingen vooruit te helpen.

Sommen Versnellen is een nuchtere, doordachte en doelgerichte aanpak om de sommen tot en met 20 te automatiseren. Het geheel kan naast elke rekenmethode gebruikt worden. De auteur koos voor een sobere opmaak van de oefenblaadjes en rekenmaterialen. Op deze manier blijft de rekenhandeling centraal staan en kunnen leerlingen zich niet verliezen in onbelangrijke randkenmerken. De geleidelijke opbouw staat er garant voor dat de leerlingen geen essentiële stappen overslaan.

Nogmaals een bewijs dat soberheid en effectiviteit wel samengaan.

Auteur: Harrie Meinen
Titel: Sommen Versnellen
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2008 (herziene versie)
Uitvoering: cd-rom
Prijs: € 50,00

© Lieven Coppens, http://boeketje-onderwijs.skynetblogs.be/

maandag 15 juni 2009

De Getallenlijn

De getallenlijn is een remediëringspakket voor leerlingen die moeilijkheden hebben met optel- en aftreksommen over het tiental. Het is de bedoeling dat men vanuit de getallenlijn komt tot het opschrijven van optel- en aftreksommen met brug over het tiental als een oefening met tussenstappen.

Het programma bestaat uit 6 delen. Bij elk deel zit een korte maar zeer duidelijke handleiding en een aantal werkbladen die geleidelijk stijgen in moeilijkheidsgraad. Hierdoor wordt de leerling van succeservaring naar succeservaring geleid. Dit bevordert zijn motivatie en zelfbeeld. Bij elk deel horen enkele toetsbladen. Hier-mee kan men nagaan of de leerling een bepaald onderdeel beheerst. De delen zijn als volgt opgebouwd:
  • Deel 1: Optelsommen onder de honderd
    Tellen met eenheden over het eerstvolgende tiental
    Te automatiseren optelsommen tot 10
  • Deel 2: Aftreksommen onder de honderd
    Tellen met eenheden over het voorafgaande tiental
    Te automatiseren aftreksommen tot 10
  • Deel 3: Optelsommen onder de honderd
    Springen met eenheden over het eerstvolgende tiental
    Te automatiseren optelsommen over het tiental
  • Deel 4: Aftreksommen onder de honderd
    Springen met eenheden over het voorafgaande tiental
    Te automatiseren aftreksommen over het tiental
  • Deel 5: Optelsommen tussen honderd en duizend
    Springen met eenheden over het eerstvolgende tiental
    Springen met tientallen en eenheden
  • Deel 6: Aftreksommen tussen honderd en duizend
    Springen met eenheden over het voorafgaande tiental
    Springen met tientallen en eenheden

In de delen 1 tot en met 4 is er expliciet aandacht voor het automatiseren van een aantal optel- en aftreksommen. Het zal niemand verwonderen dat de splitsingen van de getallen tot 10 daar deel van uitmaken.

Dit pakket is het hulpmiddel bij uitstek voor kinderen die nood hebben aan een sturende didactiek. Ze gaat recht op het doel af en biedt heel veel oefenkansen zonder zich te verliezen in al te veel fantasietjes. Een map die in elke orthotheek een plaatsje verdient.

Auteur: Jacob Dijkstra en Janneke van Oosten
Titel: De Getallenlijn
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2007
Uitvoering: 1 ringband
ISBN-13: 978-90-76838-45-3
Prijs: € 67,50

© Lieven Coppens, http://boeketje-onderwijs.skynetblogs.be/

Alle Kinderen Kunnen Rekenen 1 + 2

Anne Kooistra was leraar en vervolgens directeur basis- en speciaal onderwijs en tot slot onderwijsbegeleider basis- en speciaal onderwijs. Hij houdt zich bezig met het ontwikkelen van materialen voor kinderen die niet vanzelfsprekend leren. Zo maakte hij samen met Nanne Ossinga Alle kinderen leren lezen, een klanksynthetische methode die op een selectieve en sobere manier probeert om leesproblemen te voorkomen (een bespreking van deze methode vind je op mijn website www.nieuwsbriefleren.be onder de rubriek portfolio).

Deze twee rekenmappen zijn tot stand gekomen vanuit de expertise die de auteur opbouwde tijdens zijn jarenlange begeleiding van leerlingen met rekenproblemen. Het is belangrijk dat de rekenontwikkeling van deze kinderen gaat van concreet naar mentaal, van het werken met naar het werken zonder materiaal, van het in de vingers krijgen naar het begrijpen. Het programma is zo opgebouwd dat de leerling altijd succeservaringen heeft. Hij kan op eigen tempo en op de voor hem meest passende manier het programma doorlopen. Hierdoor blijft de motivatie behouden.

Alle kinderen kunnen rekenen beperkt zich tot het optellen en aftrekken. De twaalf delen die dit stapsgewijs aanpakken zijn:

  • Deel 1: Optel- en aftreksommen tot 10
  • Deel 2: Optel- en aftreksommen tot 10 en 20
  • Deel 3: Optel- en aftreksommen tussen 10 en 20
  • Deel 4: Optel- en aftreksommen tot 100 tussen het tiental
  • Deel 5: Optel- en aftreksommen tot 100 zonder te wisselen
  • Deel 6: Optel- en aftreksommen tot 100 met wisselen
  • Deel 7: Optel- en aftreksommen tot 100 met wisselen mentaal
  • Deel 8: Optel- en aftreksommen tot 1000 niet over het tiental
  • Deel 9: Optel- en aftreksommen tot 1000 niet over het tiental
  • Deel 10: Optel- en aftreksommen tot 1000 over het tiental
  • Deel 11: Optel- en aftreksommen tot 1000 over het tiental
  • Deel 12: Optel- en aftreksommen tot 1000 over het tiental
Elk deel bestaat uit een handleiding en een aantal oefenbladen. De oefenbladen met sommen worden afgewisseld met werkbladen in verband met andere aspecten uit het rekenwiskundeonderwijs, zoals het geldrekenen en de ruimtelijke oriëntatie. De staafabacus neemt in de delen 1 tot 7 een zeer belangrijke plaats in de didactiek in. Daarnaast is er nog een afzonderlijk deel over het hanteren van de staafabacus met 5 staven bij optel- en aftreksommen boven 1000. Verder bevat de methode ook toetsen en kijkkaartjes.

Alle Kinderen Kunnen Rekenen is een geen-onzinmethode die zich richt op de essentie van het leerproces. Verwacht met andere woorden niet te veel toeters en bellen. Het is een remediëringspakket dat bedoeld is om kinderen met rekenproblemen te helpen. In die zin past ze zeker in een onderwijsleerproces waarbij sturende didactiek een noodzakelijke voorwaarde is om tot resultaat te komen. Voor Vlaanderen zal het even wennen zijn aan de Nederlandse notatiewijze waarbij het bewerkingsteken rechts van de cijferoefeningen staat, maar dat kan nauwelijks een bezwaar vormen om het programma aan te wenden bij kinderen met hardnekkige rekenproblemen.

Auteur: Anne Kooistra
Titel: Alle Kinderen Kunnen Rekenen Band 1 & Band 2
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2003
Materiaal: 2 ringbanden
ISBN-13: 978-90-76838-20-5
Prijs: Deel 1: € 67,50; Deel 2: € 57,50

© Lieven Coppens, http://boeketje-onderwijs.skynetblogs.be/

woensdag 8 april 2009

Eigenhandig Schrijforthotheek

Waarom een orthotheek bespreken die bij een welbepaalde schrijfmethode hoort, zonder deze methode zelf te bespreken? Waarschijnlijk stellen enkele lezers zich deze vraag. Het antwoord ligt hem eenvoudig weg in de originaliteit van de benadering. Maar ook in de doordachtheid ervan.

De auteurs gaan er van uit dat elk kind van nature uit een eigen ritme heeft in de beweging en een eigen indeling van de ruimte. Hierdoor heeft het ook een eigen vormgeving. Door hierop aan te sluiten kan men deze kinderen helpen om een persoonlijk, evenwichtig en duidelijk handschrift te ontwikkelen. Men oefent de schrijfbewegingen niet aan de hand van lettervormen maar men hanteert een vorm van spelend leren waarbij men gebruik maakt van heel specifieke kindvriendelijke opdrachten. Hierdoor is er kans dat de schrijfmotivatie van het kind vergroot.

Deze orthotheek kan men zeker gebruiken vanaf de leeftijd van zes jaar. Soms zelfs vroeger, als men merkt dat het kind over voldoende ruimtelijk inzicht en fijne motoriek beschikt. De essentie ervan laat zich samenvatten in het volgende citaat uit de handleiding dat tegelijk ook de chronologie van de methode weergeeft:

Let op:
Eerst ontwikkelt de leerling voldoende ruimtelijk inzicht = onderdeel RUIMTE (R).
Om daarin te kunnen bewegen in de juiste richting = onderdeel BEWEGING (B).
De beweging moet moeiteloos, vlot en vloeiend plaats vinden, dit is zichtbaar in de mooie ronde bochten zonder bibbers én aan de dunne uitzwaai van de beweging. Pas wanneer dit allemaal goed gaat, beginnen wij met het onderdeel VORM (V),
omdat hierbij geconcentreerd gewerkt wordt en dit kan het krampachtig schrijven bevorderen. (blz.8)

Om deze chronologie te realiseren bevat de methode tal van werkbladen. Sommige werkbladen kunnen gebruikt worden bij het inoefenen van verschillende onderdelen. Dit wordt in de toelichting aangegeven door de codering van de werkbladen. Zo betekent de codering 'B en R' dat voor dit werkblad het onderdeel 'Beweging' de voornaamste functie is en daarna pas het onderdeel 'Ruimte'. Voor elk onderdeel wordt er aangegeven welke werkbladen van tel zijn. Ze zijn ook geordend naar opklimmende moeilijkheidsgraad.

Iemand die meer ervaren is met het schrijfonderwijs en meer bepaald met de signalen dat het er fout mee loopt, kan de toets- en signaalbladen uit de map gebruiken om te onderzoeken wat een leerling nodig heeft en hem zo een taak- en doelgerichte selectie van de werkbladen aanbieden. Een minder ervaren leerkracht kan deze stap achterwege laten en de leerling zonder meer werkbladen aanbieden of laten kiezen, waardoor er toch geoefend wordt. Het belangrijkste is dat hij aandacht blijft hebben voor de volgorde van de verschillende onderdelen (dus eerst ruimte, daarna beweging en tenslotte vorm). Bij de werkbladen uit de orthotheek hoort er ook een wegwijzer. Deze laat aan oudere leerlingen toe om zelfstandig een eigen traject te volgen.

Zoals het vaak bij een orthotheek het geval is, kan men ook bij deze orthotheek de werkbladen preventief gebruiken. Hierbij blijft het belangrijk dat men de chronologie tussen de verschillende onderdelen volgt en probeert aan te sluiten bij de zone van de naaste 'schrijf'-ontwikkeling.

Auteur: Arjanne Huls & Tineke ten Zijthoff
Titel: Eigenhandig Schrijforthotheek

Uitgeverij:
Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2000
Pagina’s: 170 (1 ringband)
ISBN-13: 978-90-74022-95-8
Prijs: € 105,00

© Lieven Coppens,
http://boeketje-onderwijs.skynetblogs.be/

DyslexieMAP

De kennis over het onderzoek naar en de behandeling van dyslexie samenbrengen in een overzichtelijk geheel is niet eenvoudig. Ze ook nog bij de tijd houden al evenmin. Toch zijn de auteurs van deze map, die in 2006 nog grondig herzien en aangepast werd aan de laatste inzichten en standpunten van de Commissie Dyslexie van de Nederlandse Gezondheidsraad en de Stichting Dyslexie Nederland, in beide doelstellingen geslaagd.

Deze map bestaat uit drie grote delen. In het eerste deel geven de auteurs de stand van zaken mee in verband met dyslexie. Na een korte inleiding schetsen ze in het tweede hoofdstukje de geschiedenis ervan. De verschillende definities en indelingen die van 1936 tot nu werden aangebracht en verdedigd, worden kort besproken. Het voorlopige eindpunt is de definitie van dyslexie zoals ze in de brochure van 2004 die door de Stichting Dyslexie Nederland werd uitgegeven is neergeschreven. Een definitie die trouwens in haar volledig herziene brochure van 2008 niet meer werd gewijzigd. Ook de indelingen van Bakker (perceptueel versus linguïstisch) en Van der Ley (spellend versus radend) krijgen hier een plaats.

Het vaststellen van dyslexie komt aan bod in het derde hoofdstuk. Op basis van de gekende werkdefinitie weerhoudt men drie kenmerken van dyslexie, te weten: ernst, hardnekkigheid en een onvolledige of moeizame automatisering. Het traject dat de auteurs schetsen van signaleren over remediëren (en denk hier dan zeker de sticordimaatregelen bij) naar verwijzing, geeft dit hoofdstuk extra waarde. Niet in het minst omdat een aantal expliciete verwijzingscriteria geformuleerd worden.

Het vierde hoofdstuk staat in het teken van de behandeling van dyslexie. Elke behandeling wordt gedragen door een verklaringsmodel. De auteurs onderscheiden enerzijds de modellen die de nadruk leggen op factoren in het kind en anderzijds de modellen die de nadruk leggen op het verband tussen het kind en zijn leeromgeving. Ze laten een heleboel behandelmethoden de revue passeren en beschrijven en voorzien ze van terechte kanttekeningen en opmerkingen.

Het vijfde hoofdstukje geeft, van uit de Nederlandse context, op één blad een 'schoolvoorbeeld' weer van hoe een stappenplan van signalering tot behandeling er kan uitzien. Het zesde hoofdstukje is al even kort en zoekt een antwoord op de vraag of dyslexie vroegtijdig te voorspellen is.

In het zevende hoofdstuk bespreken de auteurs de formele aspecten van een dyslexieverklaring. Deze halen ze uit de voornoemde brochure van de Stichting Dyslexie Nederland. Na de eigen slotbeschouwingen in het achtste hoofdstuk geven ze in het negende hoofdstuk nog eens de samenvatting, conclusies en aanbevelingen van de Commissie van de Gezondheidsraad mee.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van het onderzoek en de begeleiding van leesproblemen. Het derde deel sluit daar heel nauw op aan met de bespreking van het onderzoek en de begeleiding van spellingproblemen. Centraal in beide delen staan de bevindingen van de Stichting Dyslexie Nederland en de Protocollen Leesproblemen en dyslexie zoals ze uitgewerkt werden door het Expertisecentrum Nederlands. Deze beide delen zijn echter zo compact geschreven dat ze zich maar moeilijk laten samenvatten. Ze moeten in zijn geheel doorgenomen worden. Toch vraag ik extra aandacht voor de beschreven begeleidingstechnieken en de opmerkingen over de mogelijke comorbiditeit van lees- of spellingproblemen en dyslexie met andere problemen. In het bijzonder was ik geboeid door het Leeuwarder Classificatiesysteem voor spellingfouten.

Deze map lijkt mij het cursusmateriaal bij uitstek voor iedereen die op een vlotte manier juiste en recente kennis over dyslexie wil verwerven.

Auteur: Griet Risselada, Paul Tiggeler & Bernhard Wendt
Titel: DyslexieMAP
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2006 (vierde, herziene druk)
Pagina’s: 160 (1 ringband)
ISBN-13: 978-90-74022-97-2
Prijs: € 45,00

© Lieven Coppens, http://boeketje-onderwijs.skynetblogs.be/